Veel gestelde vragen

Wat is het Heilig Avondmaal?

Het heilig avondmaal is een bijzondere maaltijd die de Heere Jezus Zelf heeft ingesteld. Hij deed dat om ons te helpen denken aan Zijn lijden en sterven, en om ons te versterken in het geloof.

Tijdens het avondmaal eten we een stukje brood en drinken we uit de beker met wijn. Het brood wijst ons op het lichaam van Christus dat voor ons gebroken is, en de wijn wijst op Zijn bloed dat voor ons vergoten is. Zo zeker als wij dit brood eten en deze wijn drinken, zo zeker mogen wij geloven dat Jezus’ offer voor ons persoonlijk is geweest.

Het avondmaal is geen gewone maaltijd om ons lichaam te voeden, maar een geestelijke maaltijd die bedoeld is om ons hart te versterken. Jezus wil ons daardoor laten weten dat Hij ons leven is en dat we door het geloof echt met Hem verbonden zijn.

Daarom is het avondmaal een teken van gemeenschap met Christus en met elkaar als gelovigen. Wie eraan deelneemt, belijdt dat hij zijn hoop en troost alleen vindt in het offer van Jezus Christus.

Waarvoor is de Heilige doop?

De Heilige Doop is een teken dat door de Heere Jezus Zelf is ingesteld. Het laat ons zien dat we van nature zondige mensen zijn, maar dat er bij Hem vergeving en vernieuwing te vinden is. Tijdens de doop wordt water gebruikt als teken van reiniging. Dat water wijst ons op het bloed van Jezus Christus, dat van binnen reinigt van alle zonden.

Door de doop belooft God dat Hij een eeuwig verbond van genade opricht met ons en onze kinderen. Daarom worden wij gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Vader neemt ons aan tot Zijn kinderen, de Zoon wast ons in Zijn bloed, en de Heilige Geest vernieuwt ons hart. De doop laat zien dat we bij Gods volk horen en dat Hij ons wil leren leven in gehoorzaamheid en liefde tot Hem.

De doop zelf maakt ons niet zalig – het is een teken dat verwijst naar de innerlijke reiniging door Christus. Wie gelooft, mag weten dat dit teken een vaste belofte van God is: dat Hij door Zijn genade reinigt, vernieuwt en aanneemt tot Zijn kinderen.

Daarom wordt ook de doop van kleine kinderen bediend. Zij horen bij het verbond dat God heeft opgericht met gelovigen en hun nageslacht. Zoals in het Oude Testament de besnijdenis het teken van dat verbond was, is in het Nieuwe Testament de doop daarvoor in de plaats gekomen. De ouders beloven hun kinderen later te onderwijzen in deze rijke betekenis van de doop, zodat ze zullen leren leven uit die genade.

Welke Christelijke feestdagen zijn er, en wat houden ze in?

  1. Kerst: Gevierd op 25 december, herdenkt de geboorte van Jezus Christus. Kerstmis wordt vaak gevierd over meerdere dagen, waaronder Eerste Kerstdag (25 december) en Tweede Kerstdag (26 december). Het is een tijd van blijdschap en dankbaarheid voor de komst van de Verlosser.
  2. Goede Vrijdag: Deze dag herdenkt de kruisiging van Jezus Christus. Het is een dag van bezinning en dankbaarheid voor het offer dat Jezus bracht.
  3. Pasen: Gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente, viert de opstanding van Jezus uit de dood. Pasen wordt vaak gevierd over twee dagen: Eerste Paasdag (zondag) en Tweede Paasdag (maandag). Het is het belangrijkste feest in het christendom en symboliseert de overwinning op de dood en de hoop op eeuwig leven.
  4. Hemelvaartsdag: Gevierd 40 dagen na Pasen, herdenkt de hemelvaart van Jezus Christus. Het markeert het moment waarop Jezus naar de hemel opsteeg en plaatsnam aan de rechterhand van God.
  5. Pinksteren: Gevierd 50 dagen na Pasen, herdenkt de uitstorting van de Heilige Geest over de discipelen. Pinksteren wordt vaak gevierd over twee dagen: Eerste Pinksterdag (zondag) en Tweede Pinksterdag (maandag). Het wordt gezien als de geboorte van de christelijke kerk.
  6. Biddag voor Gewas en Arbeid: Gevierd op de tweede woensdag in maart, is een dag van gebed en bezinning waarin wij bidden voor een goede oogst en zegen over hun werk.
  7. Dankdag voor Gewas en Arbeid: Gevierd op de eerste woensdag in november, is een dag van dankbaarheid waarin wij God danken voor de oogst en de zegeningen van het afgelopen jaar.

Wat is de Heidelbergse Catechismus?

De Heidelbergse Catechismus is een boek dat in 1563 werd geschreven in de stad Heidelberg (Duitsland) door Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus. Het is bedoeld als een samenvatting van het christelijk geloof, zodat mensen — jong en oud — op een eenvoudige en hartelijke manier konden leren wat de Bijbel leert over God, de mens en de verlossing door Jezus Christus.

De Catechismus is opgebouwd in zondagen, zodat hij in een jaar tijd elke zondag in de kerk kon worden behandeld. Zo werd het geloof stap voor stap uitgelegd en toegepast op het dagelijks leven.

Het boek bestaat uit drie hoofdonderdelen:

  1. Ellende — waarin we leren kennen hoe groot onze zonden en schuld voor God zijn;
  2. Verlossing — waarin wordt uitgelegd hoe Jezus Christus ons van onze zonden verlost;
  3. Dankbaarheid — waarin wordt geleerd hoe we God uit dankbaarheid kunnen dienen.

De eerste vraag van de Catechismus laat meteen de toon horen: het gaat niet alleen om kennis, maar om troost — het vertrouwen dat een gelovige heeft in Jezus Christus als zijn enige Redder. Zo is de Heidelbergse Catechismus een leerboek, maar ook een geloofsbelijdenis van het hart.

Wat is de Nederlandse geloofsbelijdenis?

De Nederlandse Geloofsbelijdenis is een van de drie formulieren van enigheid binnen de gereformeerde kerken, samen met de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Ze is geschreven in 1561 door Guido de Brès, een predikant die in de tijd van de Reformatie het gereformeerde geloof in de Nederlanden verdedigde tegen misverstanden en vervolging.

De bedoeling van de belijdenis was om te laten zien dat de gereformeerden geen oproerkraaiers of ketters waren, maar dat hun geloof geheel in overeenstemming was met het Woord van God en met de leer van de vroege christelijke kerk. Guido de Brès bood de belijdenis aan aan koning Filips II van Spanje, met het verzoek om verdraagzaamheid tegenover de gelovigen.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis bestaat uit 37 artikelen. Daarin worden de belangrijkste punten van het christelijk geloof samengevat:

  • Wie God is en hoe Hij Zich openbaart in de Schrift (Artikelen 1–7);
  • De drie Personen van de Godheid: Vader, Zoon en Heilige Geest (Artikelen 8–11);
  • De schepping, de val en de zonde (Artikelen 12–15);
  • De verlossing door Jezus Christus (Artikelen 16–23);
  • Het leven uit geloof, de rechtvaardiging en de heiliging (Artikelen 24–26);
  • De kerk, haar kenmerken en het ambt (Artikelen 27–32);
  • De sacramenten: doop en avondmaal (Artikelen 33–35);
  • Het laatste oordeel en het eeuwige leven (Artikelen 36–37).

De toon van de belijdenis is persoonlijk en eerbiedig: zij spreekt als een gelovige die met overtuiging zegt: “Wij geloven en belijden...” — het is dus niet alleen een leerstuk, maar ook een getuigenis van levend geloof.

Wat zijn de Dortse leerregels?

De Dordtse Leerregels (ook wel Canones van Dordrecht genoemd) zijn één van de drie formulieren van enigheid van de gereformeerde kerken, naast de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ze werden opgesteld tijdens de Synode van Dordrecht (1618–1619), een grote kerkvergadering met afgevaardigden uit binnen- en buitenland.

Achtergrond

De Leerregels zijn ontstaan als antwoord op de Remonstranten, een groep binnen de kerk die de leer van de genade anders uitlegde dan de gereformeerden. De Remonstranten (volgelingen van Jacobus Arminius) legden meer nadruk op de vrije wil van de mens in het verkrijgen van zaligheid. De tegenstanders, de Contraremonstranten, benadrukten dat de zaligheid geheel uit genade is — van begin tot eind — en niet uit menselijke verdienste.

De Synode onderzocht deze leer en stelde de Dordtse Leerregels op als een samenvatting van wat de Bijbel leert over Gods genade in de verlossing.

Inhoud

De Leerregels bestaan uit vijf hoofdstukken (waarvan de derde en vierde samen één hoofdstuk vormen). Ze behandelen de volgende onderwerpen:

  1. Goddelijke verkiezing en verwerping – God kiest uit genade mensen tot zaligheid, niet op grond van iets wat in hen is, maar uit Zijn eeuwig welbehagen.
  2. De dood van Christus en de verlossing van de mens door Hem – Christus’ offer is volkomen toereikend voor de zaligheid van allen die in Hem geloven.
    3/4. De verdorvenheid van de mens en zijn bekering tot God – De mens is van nature zondig en kan zichzelf niet bekeren; bekering is een werk van de Heilige Geest.
  3. De volharding der heiligen – Wie door God verkoren en wedergeboren is, zal door Zijn kracht volharden in het geloof tot het einde.

Betekenis

De Dordtse Leerregels willen niet een koude leer van uitverkiezing zijn, maar een lofprijzing op Gods genade. Ze leren dat de zaligheid geheel uit God is — Hij begint, onderhoudt en volmaakt het geloof in de gelovige. Dat geeft diepe troost: wat God begint, zal Hij ook voleindigen.